Het werk in Kopenhagen zit erop. Er is een akkoord. De politici en ambtenaren mogen naar huis. Het was in menig opzicht een historische top. Nooit hebben zoveel politieke leiders zich uitgesproken voor een ambitieuze aanpak van klimaatverandering. Dat is grote winst waar veel groene politici en activisten jarenlang voor hebben gestreden. Klimaatverandering is de grootste uitdaging van de 21ste eeuw en moet op het hoogste politieke niveau aangepakt worden. Helaas is de uitkomst van deze historische top een historische teleurstelling.

(Deze blogpost verschijnt ook binnenkort op Nu.nl)

In Kopenhagen werden grote woorden niet geschuwd en terecht. Zonder ingrijpen ontspoort het mondiale klimaat met grote gevolgen voor onze beschaving. De Amerikanen benadrukten de risico’s voor economie en de mondiale veiligheid. Zij weten als geen ander dat een haperende olie-aanvoer tot oorlog kan leiden. Afrikaanse landen luidden de noodklok over extreme droogte, watergebrek en verdwijnende landbouwgronden. Tal van eilandstaten en deltagebieden  waarschuwden voor de stijgende zeespiegel. Aan gevoel voor urgentie geen gebrek.

Dan het akkoord zelf. Afgezien van het absurdistische gedoe over de status van het akkoord – niet alle landen hebben het ondertekend, is het dan wel geldig?  – is hier sprake van een historische teleurstelling. Kopenhagen had de basis moeten leggen voor ambitieuze mondiale klimaatpolitiek die recht doet aan de aanbeveling van de klimaatwetenschappers: zorg dat de temperatuur niet harder stijgt dan 2 graden Celsius. Dat vraagt harde actie van allereerst de rijke landen ten einde hun uitstoot van CO2 snel te verlagen. Wat landen beloven is verre van voldoende en niets is bindend vastgelegd. Deze week regende het al waarschuwingen van klimaatcijferaars dat het ultieme doel van 2 graden volstrekt niet gehaald wordt.

Vaagheid en vrijwilligheid zijn troef, ook over de noodzaak binnen een jaar tot een bindend mondiaal verdrag te komen. De klimaat-trucendoos – greenwashing – is niet van tafel geveegd: met creatief boekhouden kunnen landen straks doen alsof zij hun uitstoot verminderen zonder hun economie werkelijk te vergroenen. Het grote probleem van de ‘hot air’ (het gigantische overschot van uitstootrechten van Rusland en Oekraïne) blijft onopgelost. Ontbossing, intensieve veehouderij, de lucht- en scheepvaart: er is niets geregeld, geen duidelijke agenda geformuleerd, geen ambitieus perspectief gecreëerd. Enig pluspunt is de belofte gelden waarmee arme landen snel de ergst effecten van klimaatverandering kunnen aanpakken. Hopelijk wordt dat niet uit bestaande potten voor ontwikkelingssamenwerking betaald.

Dat alles staat in schril contrast met de bedoeling van Kopenhagen, zoals twee jaar geleden afgesproken. Doel was een bindend verdrag waarmee de wereld effectief en zonder uitstel klimaatverandering afwendt en de take off bezegelt naar een mondiale groene economie. Het is genant dat zoveel politieke leiders bij elkaar geen verschil weten te maken. Kopenhagen heeft een akkoord opgeleverd waarmee vooral de politieke leiders gered moesten worden in plaats van het klimaat. President Obama – Nobelprijs of niet -  maakte zijn faam niet waar en schoffeerde de wereld met zijn belerende opstelling. Iedereen moest bewegen, terwijl Barack zelf stil bleef zitten. De waarlijke held van Kopenhagen was president Lula van Brazilië die gisteren liet zien wat leiderschap betekent. Hij deed nieuwe voorstellen voor geld voor Afrika – zonder zijn eigen delegatie te raadplegen – in een ultieme poging het tij alsnog te keren.

Europa is de grote verliezer van Kopenhagen. Van oudsher koploper in de strijd tegen klimaatverandering, kwamen de Europeanen er niet aan te pas. De politieke leiders van de Europese Unie houden zichzelf al een tijd in een moeizame houtgreep wegens interne weerstand van landen als Polen en Italië. Vannacht konden de Zweedse voorzitter Rainfeld en commissievoorzitter Barosso niet meer dan met lange tanden zich neerleggen bij de nieuwe politieke realiteit van Kopenhagen: Europa is gidsland af.
Gastheer en top-voorzitter Denemarken maakte er en passant ook een potje van. De kloeke premier Rassmussen gooide een week geleden al zijn eigen glazen in door een eigen voorstel voor een akkoord te lekken en daarmee het wantrouwen bij veel landen fors aan te wakkeren. Ook minister Cramer kon deze week het verschil niet maken. Het Nederlandse voorstel voor het bestuur van het nieuwe klimaatfonds is met goede wil terug te lezen in de tekst, maar de zelfgenoegzaamheid  daarover doet  geforceerd aan. Het geld voor dat fonds is opnieuw niet geregeld. Bovendien telt de Kopenhagen teveel verliezers. Er zit niks anders op: de wereld moet zijn huiswerk over doen. En snel ook.