Tweede Kamerleden en Europarlementariërs debatteren jaarlijks over de staat van de Europese Unie. Namens GroenLinks pleitte Bas Eickhout zojuist voor een ambitieuzere Europese klimaatdoelstelling. Daarmee zou de Europese Unie de klimaattop in Kopenhagen een vliegende start bezorgen. Lees hier zijn hele spreektekst.

Voorzitter,

De Europese Unie moet mondiale milieuproblemen aanpakken, “in het bijzonder klimaatverandering”. Dat zegt het Verdrag van Lissabon, sinds vandaag van kracht.
Goede timing, want we staan aan de vooravond van een bijzondere bijeenkomst: de Top van Kopenhagen. Daar moet blijken of de statengemeenschap in staat is om de grootste bedreiging voor de mensheid, de opwarming van ons klimaat, aan te pakken. Het is erop of eronder.

Vorige week hebben de Verenigde Staten en China hun bod op tafel gelegd. De kans op een politiek akkoord in Kopenhagen is toegenomen.
Maar wordt het een goed akkoord? Een bindend akkoord met voldoende uitstootvermindering om de opwarming tot maximaal 2 graden te beperken?
Daarvoor moeten alle landen een stap extra zetten. Dat lukt alleen als Europa leiderschap toont. Echt leiderschap. Want eerlijk is eerlijk, zoveel stelt de Europese belofte – 20% reductie in 2020 – niet voor. Door de economische crisis is dat doel zonder veel moeite te bereiken.

Nu is het moment om het goede voorbeeld te geven: 30% reductie in 2020, hoe dan ook. Dat is wel het minste wat de Unie kan en moet beloven. Dat vindt niet alleen GroenLinks, dat vindt ook eurocommissaris Dimas.

Volgens de Zweedse minister Carlgren is Europa “zeer dichtbij” de belofte van min 30%. Wat houdt ons tegen, voorzitter?
Zo’n belofte zou Kopenhagen een vliegende start bezorgen. En dat is nodig, want we lopen een race tegen de klok.

Voorzitter, na Kopenhagen begint het echte werk pas. Dan moeten we onze economie eens serieus gaan vergroenen. Als we niet uitkijken, verspelen we de kans om sterker uit de economische crisis te komen.
We zien onszelf graag als groene koplopers, maar zijn we dat nog wel? De crisispakketten van Zuid-Korea en China bevatten veel meer groene investeringen dan de onze. De Verenigde Staten zijn alle Europese landen voorbijgestoken met windenergie. In de wedloop om de groene banen van de toekomst wordt Europa aan alle kanten gepasseerd.

Nu al is de markt voor schone energietechnologie groter is dan die voor medicijnen. Op deze groeimarkt doet Nederland het wel bijzonder beroerd. Door zwalkend beleid staan we op een beschamende 17de plaats. Dat de crisis om een Green Deal vraagt, dat hebben anderen veel beter begrepen…
Nederland heeft er dan ook alle belang bij dat de Europese banenstrategie een strategie voor groene banen wordt. Komend voorjaar wordt de nieuwe Lissabon-strategie vastgesteld. Laten we groene innovatie in het hart ervan plaatsen.

We hebben het dan, bijvoorbeeld, over een bindende doelstelling voor energiebesparing, voor alle EU-landen, gemiddeld 3%. Dat zou een enorme impuls zijn voor het isoleren van bestaande gebouwen. Jarenlang werk voor bouwvakkers, maar ook een markt voor nieuwe materialen en technieken.
We hebben het dan over de modernisering van onze infrastructuur voor energie. De groei van hernieuwbare energiebronnen vraagt om een beter netwerk. Binnenkort reiken de hoogspanningskabels van Tennet van Noorwegen tot Oostenrijk. De Nederlandse overheid wordt een grote speler in stroomtransport. Dat brengt een grote verantwoordelijkheid met zich mee. Laat Nederland het voortouw nemen bij een Europawijd supernet voor groene stroom. Een investering in een schone toekomst, maar ook een megabanenproject. Kortom, voorzitter, groen werkt.