(Dit opiniestuk verscheen vorige week in De Volkskrant.) Ook met een akkoord in Kopenhagen kunnen we het niet meer bijbenen. De Duitse klimaatexpert Schellnhuber heeft berekend hoeveel het mondiale klimaat nog kan verdragen aan uitstoot van broeikasgassen. Dat is niet veel. Verdeel je de resterende ruimte zo rechtvaardig mogelijk, dan hebben de VS nog zo’n tien jaar om hun CO2-uitstoot met 100 procent te reduceren. Het efficiëntere Europa mag er vijf jaar langer over doen en niet veel later moeten landen als China stoppen.

Klimaatverdrag

De lopende onderhandelingen tussen 190 landen over het nieuwe klimaatverdrag van Kopenhagen gaan uit van kennis en aannames waar de meeste klimaatwetenschappers het in 2005 over eens waren. Zij gaven de wereld tot 2050 de tijd om af te kicken van onze verslaving aan fossiele brandstoffen. In 2020 zou de geïndustrialiseerde wereld alvast 25-40 procent minder CO2 moeten uitstoten.

Sindsdien groeit de wetenschappelijke onrust over de snelheid waarmee klimaatverandering om zich heen grijpt. Wie zich verdiept in de laatste wetenschappelijke bevindingen deelt dezelfde ervaring: “O shit!” VN-chef Ban Ki-moon en klimaatactivist Al Gore steunen daarom al een fors hogere ambitie dan nu op tafel ligt. Want áls er in Kopenhagen al een akkoord wordt gesloten, dreigt de wereld alsnog achter de feiten aan te lopen.

En die feiten liegen er niet om: stagnerende voedselproductie, onbewoonbare kuststreken en watertekorten zullen een forse wissel trekken op de mondiale welvaart en miljoenen mensen op de vlucht jagen. Anno 2009 kampen veel Afrikaanse landen al met extreme droogte die zeer waarschijnlijk het gevolg is van klimaatverandering.

De wereldleiders hebben in Kopenhagen geen andere keuze dan een klimaatakkoord sluiten dat zeer ambitieus is en een verplichting bevat nog veel sneller te lopen dan de klimaatwetenschap gebiedt.

Klus

Dat wordt nog een forse klus. Alleen koplopers als Noorwegen, Denemarken en Duitsland komen enigszins in de buurt van de noodzakelijke beperking van de CO2-uitstoot door 40 procent reductie in 2020 aan te bieden. En terwijl China, India en Japan begrijpen dat actie nodig is, komt president Obama nauwelijks over de brug, omdat de Amerikaanse Senaat dwars ligt. Per saldo is er geen uitzicht op de forse vermindering van de mondiale CO2-uitstoot die nodig is.

De onderhandelingen worden sterk bemoeilijkt omdat het klimaatvraagstuk in essentie een mondiaal verdelingsvraagstuk is. Ontwikkelingslanden hebben part noch deel gehad aan de CO2-uitstoot, maar krijgen wel als eerste de rekening gepresenteerd: de eilandstaatjes in de Stille Oceaan verdwijnen straks simpelweg als de zeespiegel de komende decennia gaat stijgen.

De VS en Europa hebben voor een kleine 60 procent bijgedragen aan de CO2-uitstoot in de afgelopen eeuw. China niet meer dan 5,5 procent. Ook daarom is het onterecht naar de kolencentrales in China te verwijzen.

Dit betekent dat de rijke landen heel snel hun uitstoot moeten verminderen en financieel over de brug moeten komen om ontwikkelingslanden te compenseren voor de nu al onvermijdelijke schade. Ruim 100 miljard per jaar is nodig om dijken te bouwen, de watervoorziening aan te passen, landbouwsystemen te vernieuwen et cetera. De onderhandelingen hierover verlopen stroef, omdat de rijke landen niet leveren. Bovendien dreigt de eventueel toe te zeggen compensatie betaald te worden uit het bestaande budget voor ontwikkelingssamenwerking.

Saoedi-Arabië

Zelfs het Nederlandse kabinet lijkt deze optie open te willen houden. De ontwikkelingslanden mogen dan zelf de rekening betalen. Zo jaag je hen in het kamp van erkende ‘klimaatkampioenen’ als Saoedi-Arabië en Rusland.

Maar laten we ons niet blind staren op Kopenhagen alleen. Voor een leefbare wereld moeten we zelf in actie komen. Europa moet zijn ambities verhogen, of de rest van de wereld nu al mee doet of niet. Alleen al met een breed programma voor de isolatie van huizen kunnen we de uitstoot met 10 procent verminderen.

De economische crisis moet gekeerd worden met een brede Green Deal. Stoppen met subsidies op fossiele brandstoffen, geen kolencentrales die duurzame energie van het net afdrukken, niet nog meer uitdijend asfalt, maar wel een snelle invoering van de kilometerheffing, een omvangrijk programma om de bouwsector richting duurzaam en energieneutraal (ver)bouwen te duwen, duurzame landbouw met minder vleesconsumptie en een automatische vergoeding voor iedereen die zonnepanelen op zijn dak plaatst. Bedrijven kunnen hun CO2-footprint allang verminderen, of de overheid dat van ze vraagt of niet.

Het goede nieuws is dat dit economisch zin heeft. De wereld schreeuwt om schone producten en klimaatneutrale productieprocessen. Daar kunnen we kampioen in worden en onze boterham mee verdienen. De duurzame economie van morgen is technisch allang mogelijk. Kopenhagen moet slagen; maar dat ontslaat ons niet van de plicht zelf aan de slag te gaan.

Onze toekomst is te belangrijk om alleen aan de Balkenendes op deze wereld over te laten.

Kees Vendrik schreef dit opiniestuk samen met GroenLinks-Europarlementariër Bas Eickhout.