Een ‘leuke’ opdracht is het om dagelijks een klimaatblog te maken over Kopenhagen als er in werkelijkheid nauwelijks informatie vrijkomt. Het schaarse nieuws dat wel uit de Deense hoofdstad komt is ook nog eens somber stemmend.

Er wordt niet bewogen door de milieuministers, en als er wel wordt bewogen dan is het achterwaarts in plaats van voorwaarts. De VS wil eigenlijk niks, China wil niets meer dan haar oorspronkelijke aanbod dat vrijwel niemand begrijpt, om over Rusland maar te zwijgen.

De ontwikkelingslanden bevinden zich ergens tussen woede en razernij omdat zij medeverantwoordelijk worden gemaakt voor een mondiaal probleem waar ze part noch deel aan hebben, terwijl de veroorzakers hen onvoldoende willen steunen om het op te lossen.

Als ik mijn collega Kees Vendrik bel in Kopenhagen dan vliegt de frustratie me om de oren. Na jaren van voorbereidende toppen en ambtelijke onderhandelingen, dreigt het politieke moment in Kopenhagen te vervliegen door onwil en labbekakkerigheid.

Het meeste steekt nog wel de Europese verdeeldheid. Ondanks dat sommige Europese leiders nog altijd het woord ‘gidsland’ in de mond nemen, krijgt dat in de commentaren vooral en terecht een smalende weerklank. De eis van 30 procent vermindering van CO2-uitstoot is naar verluidt inmiddels losgelaten, waarmee de Europese Unie ‘the race to the bottom’ in klimaatambities bevestigt.

De grootste Europese dwarsliggers zijn Polen en een aantal andere Oost-Europese landen die bang zijn voor de gevolgen voor hun vervuilende industrie. Waar voor hun zorg nog enig begrip kan worden opgebracht geldt dat veel minder voor Italië. Berlusconi gedraagt zich, zoals meestal, als een grillige en onvoorspelbare dilettant en Spanje lijkt inmiddels zijn slechte voorbeeld te volgen.

De vraag die zich dwingend aandient, nu er nog maar een paar dagen te gaan is, of de welwillende Europese landen (Zweden, Duitsland, België, Engeland, Frankrijk, Nederland) zich niet los moeten maken van de achterblijvers. Als zij een Europese kopgroep vormen dan kunnen zij eensgezind werkelijke klimaatambities formuleren.

Het nadeel daarvan is dat de Europese verdeeldheid een feit is. Het grote voordeel is dat deze landen dan het politieke leiderschap kunnen tonen waarop met smart wordt gewacht. Als zij daartoe tenminste werkelijk bereid zijn. Dan moet 30 procent vermindering van CO2-uitstoot in ere worden hersteld en moeten er serieuze bedragen beschikbaar worden gesteld voor een klimaatfonds voor ontwikkelingslanden. Dan moet Nederland ook werkelijk over de brug komen.

Bron: Nu.nl